Guillaume van der Graft - Brood op de wereld

Brood op de wereld


Naaldhout is droog als peper,
als oostenwind in de neus.
Brood op de akker is beter,
het is door de wind gemalen,
het is door de zon gebakken,
het ligt op het ovale
bord van de wereld.

Ik wil bij de bossen niet leven,
de scherpe smaak van de schoonheid
brandt in de keel.
Mijn dorst wil ik lessen die hevig
tussen de wervels, tussen de regels
roept om water, om bloed
van lang overleden godinnen.

Bossen, de groene golven,
het witte berkenschuim,
de dorst heeft mij bedolven,
peper, zout en aluin.

Maar nee, ik wil ook niet leven
bij hartslag en vloed van de zee,
de bijslaap zou gaan vervelen,
schelpen kreeg ik voor kruim,
weekdieren in mijn oren
niet de gevederde woorden.

Dit wil ik: zitten aan tafel,
mijn ogen, mijn handen wassen
in het licht van de haan
en woorden als verse gewassen
op linnen zien staan.

Dit wil ik: 's morgens opstaan
en brood op de wereld zien staan.

Guillaume van der Graft (1920-2010)

Uit: Verzamelde Gedichten, 1985